“Heb je al een kerstboom staan?”, wordt me gevraagd. Ik heb nog niet de moed verzameld om kerstversiering neer te zetten. Na 20 jaar samen zijn er wel tradities: zodra Sinterklaas het land uit is, halen we de kerstversiering van zolder. We zetten de kerstboom op en ik hang de lampjes in de boom. Met kerstmuziek op de achtergrond versieren we vervolgens samen de boom met ballen en slingers. Daarna is de rest van het huis aan de beurt: met kaarsen, mini-boompjes en bokalen met kerstballen en lichtjes versieren we de kamer, de gang en de slaapkamer. Zelfs op het toilet komt kerstverlichting. We zetten engelenbeeldjes neer en een kerststal, kerststerren en bloemen. Met mijn buurvrouw ga ik jaarlijks naar een kerstworkshop, het is uiteindelijk zoeken naar een mooi plekje voor het zelfgemaakte kerststuk. Laat kerst maar komen, wij zijn er klaar voor.
Nu wil ik wel het extra licht in huis, maar ik zie enorm op tegen het versieren. Uiteindelijk haal ik, later dan voorgaande jaren, de kerstversiering van zolder. Ik neem niet de moeite het hele huis te versieren, ik ben al blij als het gelukt is met de woonkamer. De kerstboom zet ik niet op, dat wordt me te ingewikkeld. De engeltjes zet ik naast de foto van mijn man. Met mijn buurvrouw ga ik weer naar een workshop, er is nog voldoende plek om mijn kerststuk neer te zetten. Maar niemand komt bij thuiskomst kijken wat het deze keer is geworden. Sterker nog, ik ben de enige die de kerstversiering in huis zal zien dit jaar. Voor de kerstdagen ben ik bij anderen uitgenodigd. Dat is fijn, omdat ik niet hoef na te denken over een kerstmenu en niets hoef te regelen. Maar het geeft het kerstgevoel in huis iets onwerkelijks. Ik maak foto’s van de versiering die ik heb neergezet, alsof dat het bestaansrecht geeft. Kijk maar, ik ben er nog en ik vier kerst!