Trouwring

Ik kijk naar mijn hand en zie mijn trouwring. Ineens realiseer ik me: ik ben niet meer getrouwd. Ons huwelijk is ontbonden: niet door een scheiding, maar door de dood.

Om te trouwen moet je een aantal officiële handelingen langs. Naast de bijbehorende formele ‘verplichtingen’ maakten wij er een mooi feest van, met familie, vrienden, buren, collega’s én de hele klas met 9- en 10-jarige leerlingen waaraan mijn man op dat moment les gaf. Een prachtige dag met fijne herinneringen.

Het einde van ons huwelijk daarentegen gaat geruisloos, impliciet. Pas een tijdje na het overlijden komt dit besef binnen. Ik schrik er van.

Zal ik mijn trouwring dan af doen? Ik draag ook nog een gouden vriendschapsring die we jaren eerder aanschaften, en die door veel mensen juist voor de trouwring wordt aangezien. De ringen dragen voelt raar, maar ook vertrouwd. Het idee ze af te doen voelt helemaal niet goed. En dus hou ik ze om.

Een hele tijd later merk ik dat ik het dragen van de ringen verwarrend vind. Ik kijk anders naar mezelf en de wereld om me heen, en voel me niet meer getrouwd. Daar voel ik me dan weer schuldig over…

Na verloop van nog wat maanden besluit ik de ringen af te doen, maar niet voordat ik nieuwe ringen heb aangeschaft. Ik wil geen ‘lege’ vingers, met de afdrukken van de ringen opvallend zichtbaar. Ik zoek twee ringen uit, die qua afmeting passen bij de trouwring en de vriendschapsring, maar er totaal anders uitzien. Dan wissel ik de ringen om.

En de trouwring en de vriendschapsring? Daarvan laat ik een hanger maken, zodat ik ze toch bij me kan dragen.